Home » Frontpage »

Jongeren

In den beginne was het Woord, en het Woord was bij God, en het Woord was God.
Johannes 1:1

Het Woord
Het thema van de korte overdenkingen in de maand januari is “het Woord van God”.

Johannes 1:1 begint met de woorden “In den beginne”. Daarmee zinspeelt Johannes op het (her)scheppingsverhaal uit Genesis 1, dat met dezelfde woorden begint. Hij heeft het hier immers over het Woord, waardoor al het gescha­pene is ontstaan. Dat Woord was er dus al voor de hemelen en de aarde.

Als wij Genesis 1:1 vergelijken met Johannes 1:1 dan zien we een parallel: God was in den beginne en het Woord was in den beginne. De vraag is: Wie of wat is het Woord? En dan blijkt uit het vervolg van Johannes 1 dat het om de Heere Jezus gaat. We lezen in vers 14 dat het Woord “vlees is geworden”. Johannes heeft hier duidelijk de persoon van de Heere Jezus op het oog. Het Woord werd een wezen van vlees en bloed, dat wil zeggen het werd volledig mens, met alles wat dat inhoudt. Sterker gezegd: God die Geest is, werd volledig mens. Voor Johannes is de gedachte aan de zonde daar niet bij inbegrepen. Vanuit het Grieks wordt erop gewezen dat het bij de “vleeswording” om een historisch gegeven gaat. Het is werkelijk gebeurd!

En… hoe is het gesteld met de woorden die ik spreek?
Spreek ik van Jezus Christus, de opgestane en levende Heiland?

Volwassenen

Lezen: Psalm 36:8-11

In Psalmen 36:10 staat het volgende: “Want bij U is de bron van het leven”. God is de Bron van waaruit het leven vloeit. God had tegen Adam gezegd: “maar van de boom van de kennis van goed en kwaad, daarvan mag u niet eten, want op de dag dat u daarvan eet, zult u zeker sterven.” (Genesis 2:17). Op het moment dat Adam van de boom at, deed de dood de intrede in zijn leven. Dat kwam doordat de band met Zijn Schepper, de Bron des Levens, verbroken werd. Hij was toen afgesneden van de Bron des Levens. Volgens de Bijbel is “door één mens de zonde in de wereld is gekomen, en door de zonde de dood, en zo de dood over alle mensen is gekomen, in wie allen gezondigd hebben. (Romeinen 5:12). Ieder mens is op het moment van geboorte onderdeel van het rijk van de dood. En door de zonde is geen mens in staat de band met zijn God, de Bron van het Leven, te herstellen.

Het is de liefde en genade van God, dat Jezus Christus, Gods Zoon, voor ons mens is geworden. Jezus Christus, de Heilige en de Rechtvaardige, betaalde aan het kruis onze schuld en ging dood om ons van deze heerschappij van de dood te kunnen verlossen.

maar nu is geopenbaard door de verschijning van onze Zaligmaker, Jezus Christus, Die de dood tenietgedaan heeft, en het leven en de onvergankelijkheid aan het licht gebracht door het Evangelie,
2 Timotheüs 1:10

Christus, overwon en nu kan God ons in Hem genadig zijn en ons het eeuwige leven schenken. Wanneer wij door heel simpel met het hart geloven wat Hij tegen ons zegt in Zijn Woord, de Bijbel. Door de verlossing die wij hebben door Jezus Christus, kon God na de zondeval de zondige mens Zijn genade schenken.

Wat een grote, veelomvattende waarde heeft het verlossingswerk van Jezus Christus, de Zoon des mensen voor ons. Alleen in en door Hem is eeuwig leven mogelijk geworden.

“Wie in de Zo­on gelooft, heeft eeuwig leven….” (Johannes 3:36).